En oh hemel, wat is dit lekker!
Het schoot pas echt door me heen toen mijn Ierse reisgenoot in Vietnam in bepaald geen grapjasmodus over zijn antwoord op avondjoggen over een lamploos bospaadje vertelde. Zijn glas witte ijskoffie hield hij toen eventjes stil, die door de steunende elleboog op tafel naast zijn bestoppelde reizigerswang kwam te hangen. “Ik bind dan altijd een zaklamp tegen mijn voorhoofd”, zei hij met een sereniteit alsof hij er mee in de finale van ‘Het Beste Idee van Ierland’ was beland en daar maar niet verbaasd over kon zijn. Ik wist geen blijk van humor te bespeuren. Als afsluiting van deze bepalende opmerking goot hij gretig een golf koffie achterover, waar een brutale ijsklont achteraan schoof. Het ongelukkig scenario gunde me een paar seconden meer inbeeldtijd.
In een donker Iers bos met donkere Ierse bomen, zag ik mijn nieuwe vrind tegen zijn bierbuik vechten, deels uitgedost alsof hij de grotten van Han ging bestormen, deels klaar voor de casting van Mel C’s dubbelganger. Ik schrok me een hoedje van mijn eigen fantasie.
“Echt waar?”, flapte ik de tafel over. Toen hij daarop alleen maar kon kijken alsof ik een rare vraag had gesteld, schoot de meest walgelijke conclusie allertijden door me heen: thuis zou ik nooit met hem gepraat hebben. Ik had hem binnen no time als onverbiddelijk Hollandse hokjesdenker met zijn voorhoofdlamp tussen de jampotglazen en de hoogwaterbroeken geplaatst, en ik kon me niet heugen ooit een vriendschap gesloten te hebben met deze categorie. Maar die uitsluiting kwam niet alleen van mijn kant. Andersom zou dit hokje ook nooit een poging wagen mij over de nieuwe wiskundige formule in te lichten bij de aanblik van mijn oranje lippen en zwarte pantykousjes. Zo werkt Nederland nu eenmaal.
“Wauw, slim”, zei ik nu, waarmee ik een verwarrende indruk gewekt moet hebben. Mijn laatste gedachtegang was ineens recht tegenover de realiteit komen te staan. Deze jongen had me een geweldige tijd bezorgd en toch droeg hij thuis zaklampen op zijn voorhoofd. Blijkbaar waren die twee dingen lang zo gelinkt nog niet! Door de omstandigheden waarin we ons bevonden, één en hetzelfde reizigersschuitje, had ik hem niet kunnen beoordelen op zijn verschijning en hij mij niet op de mijne. We zagen er namelijk in grote lijnen hetzelfde uit. Lippenstift en pantykousjes had ik thuisgelaten en een zaklamp droegen we hier allemaal in onze rugtas. Niemand in dit wereldje wist in welke sociale groep de ander thuis zijn veters strikte, hier droegen we allemaal hetzelfde trio shirt, short en slippers. En het had me heel wat vrienden opgeleverd.
Ik had het licht gezien en besloot mijn maatschappelijk aangemoedigde instelling met me mee naar huis te nemen. Ik had goeie voornemens totdat ik mezelf van de week een pijnlijke uitspraak hoorde doen: ‘ja, hij is echt zo iemand die zijn broek opvouwt met de pijpen nog opgerold’… En er werd instemmend geknikt.
(12 juni 2010, TXT-pagina, Dagblad Kennemerland, Noordhollands Dagblad)
Ingrediënten:
- Espresso (zo sterk mogelijk)
- Gecondenseerde melk uit blik (in mijn geval zelfstandig geïmporteerd vanuit Bangkok, ook te verkrijgen bij het gros van de toko’s)
- Heel veel ijsklontjes om de koffie af te koelen en misselijkmakend waterig te maken
- Een glas (om de sensatie met volle view te bekijken die ontstaat als je het geheel roert)
- Een lange lepel (het is de bedoeling om de stroperige melk gelijk verdeeld te krijgen)
- Gesloten ogen (om jezelf op een krukje op de smalle stoep van een heet zijstraatje in te beelden, 535 brommers knetteren langs, de geur van gebraden hond glipt je neusgaten in, acht zweetdruppels volgen elkaar in polonaise je ruggegraat omlaag)
We zakken het asfalt tegemoet en leggen een schaduw over felgroen lentegras en opstijgende meeuwen. Het vliegtuig levert ons af aan de zwaartekracht, wat een kleine schok veroorzaakt en een vreugdetraantje mijn oog uit schudt. Ik ben weer thuis.
Een ijzige wind sloeg mijn wangen rood en liet over mijn gebruinde huid een rilling los, die aangenaam voelde uit ontwenning. Met een glimlach die niet te temmen viel, trok ik mijn afgekoelde backpack de kofferbak uit, nadat we mijn vertrouwde straat weer waren ingereden. Al omschreef ‘vertrouwd’ nu niet mijn gevoel. Ik wist dat dit het landschap betrof dat ik ooit als ‘normaal’ kende, dit was mijn thuis, mijn basis voor sleur en standaardisering, alles vond ik hier gewoon. Maar dit perspectief keerde niet terug.
Ik tuurde langs de rijtjeshuizen over de stoepen heen, terwijl mijn moeder een herkenbare klik maakte met een draai aan de huissleutel. Zover ik kijken kon, was geen mens te bekennen. Schone auto’s stonden parallel aan voordeuren geparkeerd, een laan even oude bomen scheidde de twee. En niemand bracht het plaatje in beweging. Er zat niemand gehurkt aan een satéstick te knabbelen, niemand wilde mijn kleingeld en niemand had een jengelende radio in zijn raamloze jeep te hard staan. Niemand zat in de weg op de grond te kaarten, niemand vroeg me uit het niets waar ik vandaan kwam, niemand, niemand, niemand.
Ons geritsel staakte eventjes nadat we mijn bagage op de woonkamertegels hadden neergezet, waardoor de stilte absoluut werd. Ik hoorde mijn oren nasuizen van de pijnlijke landing. Zo’n stilte had ik in maanden niet beleefd, ik kreeg het er naar van.
De dagen erop ervoer ik als toerist in eigen land. De handelingen die voorheen zo routinematig aanvoelden, waardeerde ik nu meer dan ooit. De gedachten aan fietsen in een regenpak, een kaassoufflé plukken uit de Febomuur of simpelweg hand in hand lopen met mijn vriend, maakten me zenuwachtig. Ik herontdekte plekken en kon de gewoonte in gewoontes niet meer terugzien. De geur van natte broodjes kaas in aluminium, hysterische graffiti op baksteen, Sultana’s in voorvakjes, moslima’s met getatoeëerde wenkbrauwen, kinderen in dure buggy’s, gevlekte koeien achter hekken, slootjes, en glanzende paarden… Gekker nog, paardenbloemen. Ik moet zeker een honderdtal gelukzalig gezucht hebben, want ik genoot van mijn nieuwe ogen.
In zes maanden heb ik solo acht Aziatische landen verkend, maar Nederland… Nederland is schuldig aan mijn grootste cultuurschok.
(15 mei 2010, TXT-pagina, Dagblad Kennemerland, Noordhollands Dagblad)
Foto gemaakt door Marielle met mijn camera; mijn gerimpelde vingers na een middag zwemmen voor $5 in een 4-sterren resort in Cambodja, Siem Reap.
Ik ben weer thuis. Dinsdag ben ik geland na 16 uur per ongeluk Business Class gevlogen te hebben om vervolgens op Schiphol een heel lief welkomstcomité aan te treffen. Mijn blog zal vanaf nu even stil gaan staan, zoals jullie begrijpen, maar ik ben wel van plan weer door te gaan bloggen uiteindelijk over het leven in dit spannend landje zo gauw ik alles hier weer op een rijtje heb. Dank jullie grandioos voor de vele hits, die me vertelden hoe geïnteresseerd iedereen geweest moest zijn. Dat gaf me echt het gevoel dat ik het ergens voor deed. Heel erg bedankt voor de steun van sommigen, maar vooral voor het feit dat jullie me niet vergeten zijn!
Een beetje jazzy klonk het, met een zachte, haast fluisterende, soulstem (zo eentje die je over zwoele zomeravonden doet nadenken) die romantische zinnen tussen de pianoslagen doorvlocht. Gisteravond had ik dit terras nog lopen promoten voor de fijne achtergronddeuntjes en bij deze werd die mening nog even aangesterkt. De muziek hier was beslist een completerende factor, maar zozeer dat je er niet echt bij stilstond. Je olijfjes smaken nu eenmaal lekker en de ventilator laat een aangenaam windje op je los, maar dat het de muziek is die je dat korte gelukzalige gevoel bezorgt, had je niet zo gauw weten te noemen. Ja, zo was het.
Het geluid werd onderbroken, precies toen ik besloot mijn aandacht erop te leggen. Een zware, Britse, documentairestem kwam a capella de harmonie verstoren met een informatieve mededeling: (Engels) ‘April is de heetste maand in Thailand. Zorg dat je genoeg blijft drinken’, en het pianogeluid nam de speakers weer over. Ik moest even grinniken van de droge onderbreking.
Later die middag zaten we op een boot. Eef had nu betaald, omdat Sven dat op de heenweg had gedaan en ik de taxikosten voor mijn rekening had genomen. We dreven langs spiegelende wolkenkrabbers en gouden tempels. Oh, en plankjes hout die zo waren getimmerd, dat ze als diep armoedige onderdakjes dienst deden. Deze balanceerden boven meurende rivierkanten. Veel doeken en kledinghangers zie je altijd rondom zulke hutjes, en geparkeerde slippers en slapende Thai in kozijnen. Iedereen maakt er foto’s van, maar mij oogt het nooit zo fotogeniek. Misschien wel als ik een zoomlens had gehad en de boot iets minder vlug voer.
‘Hier uitstappen?’, weet ik van Svens lippen en lichaamstaal af te lezen, want ik kan hem niet horen vanaf die vijfde bank voor me. Ik knik. Het vaartuig schuift richting de steigers. Als we hier uitstappen, moeten we eerst de brug nog over, waar heel wat traptreden aan vooraf gaan, dus ik bedenk me. ‘Nee!’, brul ik hard langs de Thaise oorschelpen voor me, geen zin in overdreven articulatie en moeilijke handgebaren, ‘de volgende!’, en dit keer knikte Sven.
Terwijl het lage pondje in afremmodus de oever naderde, gleden we langs dinerende Thai op houten en plastic stoeltjes aan de waterkant. Vleesgeurende barbequewolkjes stegen van de tafeltjes op en ontsnapten langs het afdak naar de hemel. Het was groot, dit buitenrestaurant, misschien wel aan twee gymzalen gelijk, en het zag eruit als een gelukkig en heus vreetfestijn. Zes uur, las ik van mijn horloge, en zoiets had mijn maag me ook al verteld. ‘WACHT! Toch wel hier!’, roep ik nu nog harder, waarna we alledrie synchroon opstaan. Ik begreep niet zo goed waar ik het gezag aan te danken had, maar ik schreef het maar aan de besluiteloosheid toe, die nu eenmaal heerst als je in vrijheid leeft, een soort gevoel van alle-tijd-in-de-wereld met je meedraagt en je je verplichtingen hebt thuisgelaten. We hopten het bootje af en sloegen links, naar het barbequeleger.
‘Three person?’, vroeg een slank vrouwtje met een strak, rood, asymmetrisch jurkje aan, en we kwamen net niet aan het water te zitten. We bestelden bier, cola en soda en kregen die snel bediend in combinatie met een hete Aziatische barbeque die in een slimme stalen constructie midden op de tafel werd geslingerd en de bediende geen verbrande vingers bezorgde. ‘Dit ken ik!’, riep ik enthousiast. Ik had al eerder vleesjes van zo’n ingewikkeld heet ding zitten plukken in Laos, Vietnam en Cambodja. Blijkbaar is het iets Aziatisch om het barbequeprincipe uit te voeren op een ronde, soort omgekeerd tulband bakblik (ja, daar is over nagedacht), waaromheen hete bouillon wordt gegoten, als in grachten rondom een kasteel. De berg in het midden heeft spleetjes zodat de rook van het vuurtje eronder kan ontsnappen of de hitte beter de vleesjes kan bereiken. In de hete vloeistof worden noodles en groenten gekookt en zeer regelmatig glijdt er bij ons, Aziatische barbeque-leken, een plakje ongaar vlees in, omdat de vorm van deze braadfabriek verre van praktisch en overdacht is.
Voor 99 Baht mochten we een onbeperkte hoeveelheid vlees, vis, noodles, rijst, groenten en tofu verzamelen om zelf te bereiden (voedselvergiftiging is in dit geval je eigen schuld). We liepen tussen de smullende drukte door naar de buffettafels vol rauwe ingredienten voor je individuele grabbelbakmaaltijd. Op het podium waar we langsliepen stond een grote Thaise kerel in miniskirt en naveltopje als een hysterische trol vals en live ‘Happy Birthday’ te zingen, waarschijnlijk in de veronderstelling dat hij de vergeten zevende Pussycat Doll was. Niemand vond hem zo vermakelijk als wij, bleek, want zijn choreografie werd van geen kant bewonderd.
Ik stak een set stokjes in mijn achterzak om mijn handen vrij te houden voor de bordjes die ik vol wilde scheppen. Krab, heel veel krab kwam er op mijn polsen te liggen en ook een behoorlijke stapel paksoi. Mmm. Sven zag ik losgaan op de worstjes en de viskoek en Eef stond ketchup te pompen.
Tijdens het twee uur met ons eten spelen, heeft een Thaise meneer in ongemakkelijke kleermakerszit ons vanaf zijn bankje onophoudelijk zitten toelachen. We voelden ons blank en lomp tussen deze prachtige mensen, maar oh, wat hebben we genoten!
Op de foto: een lenig sms’ende bejaarde. Niet ongewoon in Azië.
Even een allesbehalve samenhangend feitje. Dankzij wordpress en zijn fantastische statistieken weet ik nu door welke trefwoorden men via zoekmachines als Google naar mijn blog verwezen wordt. ‘Hongersnood’ staat bovenaan de lijst; mijn blog is blijkbaar een perfecte bron aan informatie voor dit wereldtergend onderwerp. Kuch. Na ‘hongersnood’ zie ik een woordenduo staan wat volgens mij uitstekend weergeeft hoe een zoekmachine ook veel gebruikt wordt uit verveling onder de vierkantogige jeugd. ‘Mopje Thailand’ haalt namelijk de tweede plaats in de lijst aan eigenaardige zoektermen. Die erna staat nog hoger in de reeks aan bewijsmateriaal dat zoekmachines ook voor ik-verveel-me-dus-ik-ga-maar-nutteloze-dingen-op-het-internet-zoeken door kunnen gaan, want ‘gek woord met een A’ was volgens mij geen zoektocht naar de titel van een belangrijke essay. Het willekeurige woord schildpad is ook erg populair, en dan vooral in combinatie met woorden die de zoekopdracht iets specifieker maken en daarmee de verwijzing naar mijn blog des te onlogischer. ‘Knutsel schildpadden’ en ‘buitentemperatuur voor waterschildpadden’ hebben ervoor gezorgd dat ik meer hits kreeg.
Last but not least krijg ik een hele lijst aan woordencombo’s naar mijn hoofd geslingerd die zonder omweg op een en hetzelfde type surfer duiden: ‘looking for some asian persuasion’, ‘schoolmeisjes in uniform’, ‘naakte meisjes bekijken’, ‘aziatische meisjes’ en ‘blote chinese masseuses’ liegen er niet om. Oh, wat zal ik deze viezeriken toch teleurgesteld hebben met mijn onschuldig reisblogje!
Anders ben je op zoek naar de Nederlandse ambassade, omdat je de komende 2,5 week nog in Azië vastzit in verband met een stomme vulkaan die besloot net voor je vertrek naar huis, na zes maanden als modern avonturier rondgezworven te hebben, open te barsten en een dikke wolk boven Europa uit te hoesten, en beland je plots tussen voorpaginataferelen. En laat ik iedereen bij deze even helemaal in de war brengen: deze zogenaamde rebellen zijn schatten van mensen! Lachen, klappen, dansen, juichen en massaal het vredessymbool nabootsen met twee vingers als ik mijn camera tevoorschijn haal… Is dit nou het volk waar de kranten voor waarschuwen?
Vaker gehoord dan voedselvergiftigingen opgelopen: “waar zijn toch al die knopjes voor?”. Het is een terugkerend thema binnen mijn reis geweest: de spannende Casio Calculator Watch. Zo gauw mijn linkerpols binnen iemands gezichtsveld viel, bereidde ik mijn stembanden al voor: “het is ook een rekenmachine”, waarna ik altijd met moeilijke gezichtsuitdrukkingen te maken kreeg. Populair was de “wat moet je daar nou mee”-blik en met de weken mee had ik daar een antwoord op weten te vormen. Zo kon ik vliegensvlug verschillende valuta omrekenen, vertelde ik altijd op ingenieuze toon. Stiekem had ik dit horloge alleen maar gekocht uit liefde voor jaren 80-spul en kwam die praktische reden pas veel later om de hoek kijken.
Israëliërs vonden het maar niks. Het was een lelijk klokje, riepen ze allemaal, iets wat je als jongetje voor je bar mitswa kreeg. De diehard backpackers bezorgde ik er hartaanvallen mee. Het principe van een horloge alleen al, jakkes! De Echte Reiziger leeft toch zonder tijd. De Echte Reiziger doet alles puur naar lichaamsbehoefte: eten, slapen en opstaan gaan volgens een spiritueel innerlijk klokje en een enkeling beweert zelfs heel middeleeuws – en o zo zen – het tijdstip van de zon te kunnen aflezen. Vraag me niet hoe dit volk hun bus haalt, maar dat is natuurlijk slechts bijzaak. Hoe vaak ik al niet aan deze horlogeloze Crusoe’s heb moeten vertellen in welk uur ze leefden, maar goed, alles voor je image.
Toch blijf ik trots op mijn stalen Casio. Ik kan er met een druk op de rechterknop de Nederlandse tijd op aflezen, het wekt me dagelijks met zijn 5 multi-function alarm en stelt zelfs een digitaal telefoonboek ter beschikking. Het weet me altijd in fluorescerend oranje het nachtelijk uur te tonen en kan me de dag van de week in het Roemeens vertellen, had ik dat rare verlangen. Soms maakt het me wel een beetje verwend als ik in de supermarkt 30 + 5 sta in te tikken en van mijn buurman moet horen dat ik nu echt te ver ga.
Het heeft mijn reis vergemakkelijkt, mijn leven enigszins verrijkt en me bovenal tijdens mijn laatste busreis fantastisch vermaakt. Het eind van mijn avontuur is inmiddels in zicht en zonder dit ding had ik mezelf nooit zo’n prachtig overzicht kunnen schenken. Dankzij de uitvinders van mijn Calculator Watch weet ik nu namelijk dat ik sinds mijn aankomst in Azië in totaal 9,89 dagen in het openbaar vervoer heb doorgebracht, 19 keer een wasje heb gedraaid, 16,80 Euro heb uitgegeven aan mangoshakes, 8735 foto’s heb geschoten, voor 43,20 Euro heb geinternet, 173 nieuwe vrienden heb gemaakt (waarvan 19 locals), 27 steden heb bezocht, 264,3 uur heb gewerkt en 63,70 Euro heb besteed aan souvenirs. Ga dat maar eens van de zon aflezen!
(17 april 2010, TXT-pagina, Dagblad Kennemerland, Noordhollands Dagblad)

Recente reacties