We zakken het asfalt tegemoet en leggen een schaduw over felgroen lentegras en opstijgende meeuwen. Het vliegtuig levert ons af aan de zwaartekracht, wat een kleine schok veroorzaakt en een vreugdetraantje mijn oog uit schudt. Ik ben weer thuis.
Een ijzige wind sloeg mijn wangen rood en liet over mijn gebruinde huid een rilling los, die aangenaam voelde uit ontwenning. Met een glimlach die niet te temmen viel, trok ik mijn afgekoelde backpack de kofferbak uit, nadat we mijn vertrouwde straat weer waren ingereden. Al omschreef ‘vertrouwd’ nu niet mijn gevoel. Ik wist dat dit het landschap betrof dat ik ooit als ‘normaal’ kende, dit was mijn thuis, mijn basis voor sleur en standaardisering, alles vond ik hier gewoon. Maar dit perspectief keerde niet terug.
Ik tuurde langs de rijtjeshuizen over de stoepen heen, terwijl mijn moeder een herkenbare klik maakte met een draai aan de huissleutel. Zover ik kijken kon, was geen mens te bekennen. Schone auto’s stonden parallel aan voordeuren geparkeerd, een laan even oude bomen scheidde de twee. En niemand bracht het plaatje in beweging. Er zat niemand gehurkt aan een satéstick te knabbelen, niemand wilde mijn kleingeld en niemand had een jengelende radio in zijn raamloze jeep te hard staan. Niemand zat in de weg op de grond te kaarten, niemand vroeg me uit het niets waar ik vandaan kwam, niemand, niemand, niemand.
Ons geritsel staakte eventjes nadat we mijn bagage op de woonkamertegels hadden neergezet, waardoor de stilte absoluut werd. Ik hoorde mijn oren nasuizen van de pijnlijke landing. Zo’n stilte had ik in maanden niet beleefd, ik kreeg het er naar van.
De dagen erop ervoer ik als toerist in eigen land. De handelingen die voorheen zo routinematig aanvoelden, waardeerde ik nu meer dan ooit. De gedachten aan fietsen in een regenpak, een kaassoufflé plukken uit de Febomuur of simpelweg hand in hand lopen met mijn vriend, maakten me zenuwachtig. Ik herontdekte plekken en kon de gewoonte in gewoontes niet meer terugzien. De geur van natte broodjes kaas in aluminium, hysterische graffiti op baksteen, Sultana’s in voorvakjes, moslima’s met getatoeëerde wenkbrauwen, kinderen in dure buggy’s, gevlekte koeien achter hekken, slootjes, en glanzende paarden… Gekker nog, paardenbloemen. Ik moet zeker een honderdtal gelukzalig gezucht hebben, want ik genoot van mijn nieuwe ogen.
In zes maanden heb ik solo acht Aziatische landen verkend, maar Nederland… Nederland is schuldig aan mijn grootste cultuurschok.

(15 mei 2010, TXT-pagina, Dagblad Kennemerland, Noordhollands Dagblad)
Foto gemaakt door Marielle met mijn camera; mijn gerimpelde vingers na een middag zwemmen voor $5 in een 4-sterren resort in Cambodja, Siem Reap.